Een tamme eerste game-day voor de fans van Flying Red. En voor Heren 1. Vrijdagavond in multifunctioneel centrum De Wier in Ureterp werd het 74-77 voor de Roners. Een zege die pas gestalte kreeg in de laatste minuten van het vierde kwart. In de eerste drie kwarten bleven de vijfpakkers steeds zo’n vijf punten voor. Daarna was de koek op voor de Friezen. Dit was onder meer te wijten aan een enorme foutenlast, een incompleet team en dus een mager bezette bank. Dat de vijfpakkers in het zicht van de haven uiteindelijk toch sneuvelden was beslist niet het resultaat van ontbrekende strijdlust, magere schotkracht en dom spel. Integendeel.
De Roners waren niet bij machte het soort basketball op het parket te brengen dat het fanatisme, de provocaties en het scherpschieten van de Friezen al in een eerder stadium van de wedstrijd te breken. Jammer voor de fans. Jammer voor Heren 1.
Wat een eenvoudige leek in de basketballwereld als uw verslaggever nog nooit meemaakte, gebeurde in Ureterp op zo’n vier, vijf minuten van het einde. Flying Red kwam gelijk en bij vijfpak ging de eerste speler met vijf fouten van het parket. Hit the road, Jack. Don’t you come back no more. Tot verbijstering van al dat een rood hart droeg, scoorde vijfpak ook nog. Die score leverde nog een fraai discussiemomentje op tussen de met nummer 7 getooide en kopzweetbanddragende aanjager, motivator en scherpschutter en het Roner publiek. De laatsten lachten het laatst. Die van Flying Red waren zowat het hoofd en het verstand kwijt. Het zou toch niet …? Nee, het zou niet. Vast en zeker niet toen het viertal vijfpakkers gereduceerd werd tot een drietal. Twee slumpen en die nummer 7 dus. Wat resulteerde in een billenknijpend slotakkoord. Met als hels dieptepunt een steal onder de Roner bucket, waarbij drie Roners de bal inleveren moesten bij de al eerder genoemde, inmiddels kramplijdende, kopbanddrager. Vette plus voor de vijfpakker, vette min voor Flying Red.
Omdat uw verslaggever dan wel een leek is op basketballgebied, begrijpt hij wel alles van het wezen van sport. Zo kan hij dan grijnzend terugreizen naar de bierpompen in Roden in de wetenschap dat er winst is behaald op een tegenstander die nog veel zal winnen. In de wetenschap dat slecht spelen en toch winnen een heel mooi dingetje is. In de wetenschap dat er geen leuker vermaak is dan leedvermaak. Uw verslaggever ziet het graag: sluw en op het randje spelen. Bloed onder de nagels weghalen bij de tegenstander en het uitpubliek. Schieten met scherp. In ondertal toch scoren en het schaamrood tevoorschijn toveren bij de tamme tegenstanders. Maar: Wie het laatst lacht, lacht het best, beste basketballvrienden. De twee punten zitten in da pocket.