Kokindjes

01 februari 2015

Kokindjes (Flying Red HS 1 - BVG 2)
Hal B? Ja, hal B.
Hal A was bezet door enkele mandjeballers. Die smijten hun balletje door een kunststof korfje. Wij van de sportpers klommen tegen drieën dus tevergeefs de trappen op naar de VIP-tribune bij hal A. Wel een vrolijke boel, trouwens, daar in hal A. Klappen, juichen, hollen. Mandjebal is een van oorsprong Nederlandse sport, bedacht door de Amsterdamse onderwijzer Nico Broekhuysen in 1902. Het spel is gebaseerd op het Zweedse ringboll, waarmee Broekhuysen in het Zweedse plaatsje Nääs in 1902 in aanraking kwam. Korfbal kenmerkt zich door het feit dat het een van de weinige teamsporten is die niet is voorbehouden aan dames en heren apart: korfbal wordt van oudsher gemengd gespeeld (maar kent daarnaast ook een damescompetitie). Maar het douchen?

Enfin. Op naar hal B. Onnodig te zeggen dat er daar nauwelijks fatsoenlijk ruimte is voor het herbergen van de schrijvende pers. Een achterafplaatsje, slecht voor de strammer wordende rug en een helder beeld van de basketballende teams van Flying Red Heren 1 en BVG Heren 2.
Voorafgaand aan de partij doen wij (van de sportpers) graag een weddenschapje. Eurootje of tien inleg. Hoeveel wordt het voor de mannen in het rood? Nou, wij dachten 79-64 voor de thuisploeg. Tientje ingelegd. Maar dat was dus 15 minuten vóór aanvang. Vijf minuten ná aanvang stond het 7-0. En die vijftien punten voorsprong stond na twee kwarten op het bord. (Na vier kwarten stond het 79-39.) Wat wij van de sportpers ervan onthouden hebben was dit: een wedstrijdje basketball dat de vergelijking met een doorsnee gymles op de middelbare school met gemak kan doorstaan. Klappen, juichen, hollen. Sportief doen, elkaar de bal gunnen, geen persoonlijke fouten.
Zo kon ieder ruim op tijd aan de boerenkool met rookworst na afloop. Jeroen Waijer schoot een ragfijn drietje, stak drie vingers in zijn neus en zocht vervolgens wat ziekjes de bank op en een dikke trui aan. Allard Oosterhoff schoot sportief twee punten uit een vrije worp zodat Sander Nienhuis kon invallen. Ruben Nienhuis kon tollen, Rogier Metselaar drietjes aaneenrijgen, Twan Blaauwwiekel en Jelle Vlot konden een dunkje doen. Jelmer Helder kreeg een P tegen terwijl hij met de rug, compleet stilstaand, naar een Groninger schutter stond. Mooi, alles. Wijzelf vonden Sander Nienhuis een dynamo, een bron van energie, een duiveltje uit een doosje. De lezer begrijpt het al.
Het was een vrolijke boel in hal B. De kokindjes van Herman Swarte konden zonder bezwaar worden uitgedeeld, Martijn en Bert Helder konden ongestoord hun zaakverstandig en geestig commentaar uitdelen, waarna ieder monter op weg kon naar de boerenkool met rookworst. Wij van de sportpers tien euro lichter. Stukje kennis van basketbalzaken.