Uggs, het D-woord en heel veel motion

29 november 2015

Respect is een mooi woord. ’s Ochtends stonden wij van de sportpers in de stromende regen en op laarzen langs de kalklijn van een zompig voetbalveld. Een man met pet en daaronder een rode baard vertelt vol geestdrift over die sport voor echte kerels: rugby. Daar worden beuken uitgedeeld en geïncasseerd met veel animo. Gezeurd op scheidsrechters hoort er beslist niet bij, rivaliserende aanhangers zitten door elkaar heen, oude oma’s en jonge meisjes kunnen zonder gevaar mee de tribune op, na afloop zit elke speler onder de blauwe plekken en het bloed en neemt het bierdrinken en het zingen een aanvang. Dat doet, zegt de man met pet en baard, deugd en hij doet het zelf, net als een van zijn dochters, in Dwingelo. Hij zegt erbij dat hij hetzelfde respect ook vindt bij het vrouwenvoetbal. Bij de mannen vaker niet dan wel.

Wij van de sport kunnen dat beamen. En zien gelukkig ook veel respect bij het basketball. Een enkele keer kan het voor komen dat een wijsneus - altijd een kereltje van een tegenstander - met net een beetje teveel ‘swag’ en straattaal de sporthal binnenwandelen komt. Hij komt even ‘dissen’, zeg maar.

Dat duurde gisteren dus precies vijf minuten. Toen was het 2-10 , maar daarna moest het kereltje stilzitten terwijl hij en zijn maatjes geschoren werd. Wij, de lui uit de provincie, doen graag gewoon en lopen het liefst op klompen door het weiland. Bovendien zien wij graag dat disrespect op zijn smoel valt.

Wat wij ook graag zien: blonde vrouwen op Uggs. Die (die Uggs dan, hè) zijn dan wel al jaren niet meer hip, maar als pantoffels bewijzen zij ook op de tribune hun waarde. Lekker warm en huiselijk.

Ook verder begrijpen wij van de sportpers verrekt weinig van de echte wereld. Een van die van Celeritas D riep telkens als hij de bal in de handen had keihard ‘motion’ door de zaal. Wij vragen natuurlijk. Wij hebben wel degelijk de lagere school afgemaakt, zelfs in de tijd dat wij nog echt rekenen en taal leerden, dus wij wisten wel dat het woord ‘beweging’ betekende. Maar de mannen en vrouwen om ons heen wisten niet wat de bedoeling was van het luidkeels schreeuwen van deze, kennelijk als tactische aanwijzing bedoelde, kreet. De geelblauwen deden van alles, maar zij bewogen nauwelijks.

Er viel voor de liefhebber nog veel te genieten gisteravond. Veel toeschouwers. Onder hen oude bekenden, DJ Cor bijvoorbeeld. Herman kon onbekommerd een mandarijntje pellen, Bram Griep kon zijn vriendinnetje eens aan de wereld laten zien en de oma van Kaj had een nieuwe jas gekocht. Mooi allemaal. Maar niet zo mooi als die actie van een Celeritaan: hij kwam van ver aanvliegen om onder de basket eens vet te blocken; mislukte fantastisch, knalharde landing tegen de stootkussens onder de basket. Ippon, minstens. Op het parket zagen wij dan nog iemand die de gelijkenis met een acteur uit een slechte nazi-film moeiteloos kon doorstaan, scheidsrechters die zo nu en dan eens de verkeerde kant op wezen, er werd weer straffeloos gekampeerd in de bucket, kortom: pret voor tien.

Flying Red stond dus op 4.54 min. in het eerste kwart met 2-10 achter tegen Celeritas Donar. Remco’s mannen verhingen op dat moment de bordjes en kwamen zonder heel goed te spelen vrij snel op tien punten voorsprong. Die bleef vrijwel in tact gedurende de rest van het bedrijf. Het derde kwart is voor Flying Red traditioneel een laf kwart. De zaak wil dan wel eens inkakken. Nu ging het voorspoedig. Herman zag het ook, maar het leek hem verstandig deze kwestie niet hardop te benoemen. Zwijgen, dat was maar het beste, je moest de goden niet verzoeken. Moniek, ook blond maar niet op Uggs, had deze aanwijzing wel gehoord, maar kennelijk niet begrepen. Zij sprak het D-woord dus wel goed verstaanbaar uit. Toen kwam Celeritas D nog wat dichterbij: op een minuut of drie, vier van het eind op vijf punten en op twee minuten op vier. Het devies was gewoon lange aanvallen spelen. 58-53, geloven wij dat het geworden is.