Uw schrijver had het al gezien terwijl de wedstrijd nog moest beginnen: Dit wordt 75-93. Op de verende vloer van het WAS bewogen de spelers van Vliegend Rood zich voort als leeuwen in een Deense dierentuin. Nog even en een smakelijke hap giraffe wordt over het gaas gesmeten. Uw verslaggever is een kenner van onmeetbare sportbegrippen, maar hij had direct in de smiezen dat de koppies goed stonden, er was duidelijk focus, kortom, het gevoel was goed.
In het eerste en tweede kwart joegen de Rodenaren de Groene Uilen alle kanten op. De rode nummer vier smeet een fraai aantal punten bijeen, de rode dertien bleek wederom een toren van kracht onder beide baskets en ook de nummers acht, tien en zes, maar ook zeven en veertien, lieten keer op keer zien wat zij in hun mars hebben. Uw schrijver doet het natuurlijk even uit het hoofd (want opschrijfboekje thuis gelaten), maar hij meende te hebben waargenomen diverse swingpasses die als pijlen uit een boog uit de handen weggeschoten werden, een hele serie driepunters, schijnbaar eenvoudige lay-ups, veertiensteals, achtentwintig turn-overs, zestien keer lopen en een technische fout. Uiteraard werd er ook nog naar hartelust gepivoteerd. Naast al dit fraais waren er ook enige minpuntjes zaterdagavond: nul dunks, nulrocket steps, harde windstoten en teveel regen voor de tijd van het jaar.
En, verdulleme, twee vuiltjes aan de lucht. Tot tweemaal toe, gaf Vliegend Rood de Groene Uilen de gelegenheid van achttien punten achterstand terug te komen tot een schamele zes. Aan het begin van het derde kwart bijvoorbeeld, binnen drie minuten na de fluit. Een time out werd genomen, waarna de zaken in no time soepel werden rechtgezet. Zijn dit nu de geheimzinnige krachten in de sport, waar men zoveel over verneemt?
Welnee. In het geheel niet. De gemiddelde toeschouwer ziet zoiets gebeuren, en denkt eenvoudigweg: Het is de onbezonnen en gemakzuchtige jeugd. Beschaafd opgevoed en het mankeert hen in materieel opzicht aan niets. Die hebben niet hoeven vechten voor hun dagelijks brood. Dit is een misvatting, geachte sportliefhebber. Het heeft niets met jeugdige overmoed en gemakzucht te maken. Het ligt anders. Groene Uilen kunnen ook basketballen. Ten tweede is het zo dat de boog niet vier hele kwarten gespannen kán zijn. Ten derde: sport is spel. En tenslotte is het zo dat leeuwen in Deense dierentuinen (net als die in de Serengeti en de huiskat aan de Dorpsstraat) graag wat spelen met de prooi voordat zij die uiteindelijk de strot dichtknijpen. Op deze wijze beziet ook Vliegend Rood de zaken. Basketball wordt ook voor de toeschouwers gespeeld. Een wedstrijd met een uitslag van, zeg, 21 - 126 (en dat had er best ingezeten), die is het aankijken niet waard.